Café In de molen

Café Bij de maalder bevindt zich op het dorpsplein in Bierbeek, tussen de molenbeek en de Sint-Hilariuskerk.
Het woonhuis en boerderij dateert uit de 18de eeuw.
café en woonhuis in 1947 met de nieuwe gele gevelsteen. en rechts het voorste deel van de molen en molenpoort.
grondplan en indeling van de gebouwen en de verbouwingen in 1948

Na het overlijden in 1972 van ‘Romain de maalder’ krijgt het café de naam In de molen. Het café is in de wijde omtrek bekend om de beste ‘Stella’ van uren in de ronde volgens de kenners! Het café heeft een prachtig antiek interieur en een rijk verleden.

 Zijn vrouw Julia de zaak  verder, geholpen door haar kinderen en schoonkinderen. En ook nu groeit de zaak naar een ongekende bloei. De fanfare Sint Hilarius, de wipmaatschappij La Liberté, de vogelliefhebbersvereniging De Distelvink en later de voetbalveteranen van Hoger-Op Bierbeek , hebben er hun lokaal. Bij de overname in 1941 werd de bovenzaal buiten gebruik gesteld maar in 1975 werd de oude maalderij door de zoons Vanautgaerden verbouwd tot een stemmige feest­ en vergaderzaal. Het café kreeg de vernieuwde Artois-­stijl en de nieuwe naam In de Molen.

Café In de molen in Bierbeek
Voorgevel van café In de molen in Bierbeek met de vernieuwde Artois-stijl.

Drie opeenvolgende generaties Vanautgaerden baatten het café uit…

Drie generaties, Désiré (Rei de moalder), Romain en Julia, en Theo (tokkie van de maalder), baatten het café ononderbroken uit van 1918 tot 1990. In 2000, na een onderbreking van tien jaar werd de draad weer opgenomen door Michiel,  petekind van Theo, te Kessel-Lo (zie café ‘De Curve’) en in 2010 door Joris & Michiel met ‘In den Rozenkrans‘  (Vlierbeek).

Désiré (Rei de moalder) en Amélie
Désiderius (Rei de moalder) en Amélia Jochmans
van 1918 tot 1940

Romain en Julia

Romain en Julia Billiau van 1940 tot 1980
Theo (tokkie van de maalder)
Theo (tokkie van de moalder) baat het café uit van 1980 tot 1990.
Interieur van het café in 1985
De ronde tafel en het mooiste hoekje achteraan in het café.

Legende van Keizer Karel (1500- 1558)

In die tijd kwam er een jood uit Antwerpen langs die er de landerijen en grote hoeven zag en hij dacht: “Hier moet een brouwerij komen” en hij bouwde recht over de kerk, tussen de beek en de kerk een brouwerij met bijhorende café en afspanning.

’s Zondags na de hoogmis betaalde de brouwer menig rondje voor de boeren en de maalder die hem het graan en de mout leverden. De stamgasten zaten in de rij op banken (tafels waren er niet) en zij dronken uit grote bierpotten die van man tot man werden doorgegeven tot een stuk over de middag. Deze zuippartijen herhaalden zich elke zondag en de vrouwen gingen zich beklagen bij de pastoor die tijdens de zondagsmis hierover een donderpreek hield om de mannen tot beter gedrag te brengen. Maar het was allemaal boter aan de galg. Ten einde raad stuurden ze een afvaardiging naar Keizer Karel in Mechelen om zich over deze braspartijen te beklagen.

Op een zondag, na de jacht in de bossen van Heverlee en Meerdaal (gehucht van Bierbeek) ging Keizer Karel na de hoogmis van tien uur, gekleed als boer, het café binnen en plaatste zich in het midden van de gelagzaal op een bank. De bierpot werd gevuld en doorgegeven aan de burgemeester die er een ferme slok aan gaf en met de woorden ”geef hem voorts” doorgaf aan de volgende. Telkens als de bierpot bij de vreemdeling kwam was de bierpot leeg en dat duurde zo een tijdje tot dat de meeste mannen een stuk in hun kraag hadden en luidruchtig de vreemdeling begonnen te plagen en uit te lachen. Plotseling sprong die woedend recht en riep “Ik ben Keizer Karel, geef dat voorts!” terwijl hij de boer die naast hem zat een duchtige oorveeg gaf en hem verplichtte hetzelfde te doen met zijn buurman enzovoorts. Uiteindelijk deed hij de brouwer de vaten bier uit de kelder halen en beval ze uit te gieten in de beek zodat deze plotseling een schuimende bier-beek werd.

Tot zo ver de legende.  De wetenschappelijke verklaring is wel wat ‘droger’. Bier komt van het Oud-Germaans birre dat bron betekent. Deze legende staat ook afgebeeld op het vaandel van de Koninklijke Wipmaatschappij ‘La Liberté’

Verenigingsleven

Wipmaatschappij ‘La Liberté’ werd opgericht in 1861 in het café dat toen uitgebaat werd door weduwe Vanderveeren. De maatschappij heeft er nog altijd haar lokaal waar je de ingekaderde statuten van de Maatschappij nog kan nalezen (lees ook Boogschutters in de familie). In de lijst der Koningen vinden we in 1868 Edouard Vanautgaerden, in 1886 en 1899 Louis Vanautgaerden, in 1906 en 1908 Remacclus Vanautgaerden. In 1920 en 1921 werd Ombelet Theophile, man van Clara Vanautgaerden, eveneens Koning. De legende van Keizer Karel staat afgebeeld in het oude vaandel.

kader van het oorspronkelik reglement van Koninklijke Wipmaatschappij
La Liberté dat nog steeds in het café hangt.

Toneelvereniging ‘Hand in Hand’

Toneelkring Hand in Hand in 1936-38
Toneelkring ‘Hand in Hand’ in 1936-38. Eerste en vierde van links zijn Désidérius Vanautgaerden en echtgenote Amelia Jochmans

De toneelvereniging ‘Hand in Hand’ werd opgericht in 1927 zoals je kan lezen op het ingekaderd reglement dat nog steeds in het café hangt en dat onder meer ondertekend
werd door Alfons Vanautgaerden.

Voor de tweede wereldoorlog werd er door vele afstammelingen van ‘Peter Stok’ met de toneelvereniging ‘Hand in Hand’ menig toneelstuk, revue en operette opgevoerd in de feest- en danszaal boven het café. Tijdens de veelvuldige bals was Désiré ,de cafébaas, bang dat de zoldering het zou begeven bij het dansen van de ‘quadrille’.
De zware eiken balken in het café werden dan onderstut door een stalen baar. Dat kan je nog in het midden van het café zien aan een cirkeltje in de meer dan 100 jaar oude vloer.

De Fanfare Sint Hilarius, gesticht op 14 januari 1877 en sinds meer dan vijfentwintig jaar ‘Koninklijke Harmonie St Hilarius’,   en heeft bij ‘Julia van de maalder’ een jarenlang gratis onderkomen gehad  voor hun wekelijkse repetities in de  kleine feestzaal achter het café.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is fanfareBK-1024x646.jpg
De Harmonie Sint-Hilarius geeft een serenade voor het café na de jaarlijkse processie ter gelegenheid van de grote kermis van Bierbeek.
1955 Romain en Julia tijdens Bierbeek kermis.
1976 50 jaar Stella Artois. Op de fot vlnr: Désiré, Eugeen Terclaevers, Julia Billiau en Drecteur-Generaal van de brouwerij.

uitnodiging voor het feest in 1980 bij de pensionering van Julia

Op zaterdag 23 augustus 1980 werd er voor de pensionering van ‘Julia van de maalder’, een groots feest opgezet waarbij de 16 verenigingen die er hun clublokaal hadden de talrijke festiviteiten in goede banen leidden. Ongeveer 1000 stamgasten, familie en vrienden wensten Julia het allerbeste toe en werden er vergast op een reuze barbecue overgoten met het bijhorende gerstenat.

Een videoverslag werd van deze heugelijke dag gemaakt door Julien en Yvo Grauwels  waarvan je in twee delen hier het resultaat kunt zien.

Voordracht door de heer Winant bij de pensionering van Julia.

Te gast bij ‘JULIA van de molen’
Tekst van een interview overgenomen uit de Volksunie-infokrant 10de jrg. Nr 4,
van 4 oktober 1980.

Julia van de maalder
Julia van de maalder bij haar oppensioenstelling.

Julia Vanautgaerden – Billiau, bazin van café ‘In de Molen’ aan het dorpsplein te Bierbeek, was onlangs – op 24 oogst – het feestvarken van haast duizend dorpsvrienden en -vriendinnen die haar op het uitwuiffeest, soms met tranen in de ogen, kwamen melden dat ze het toch zo jammer vonden dat Julia had besloten een punt te zetten achter haar loopbaan als cafébazin en tijdens de laatste jaren als conciërge van een niet gesubsidieerd sociaal-cultureel trefcentrum.

Julia heeft inderdaad haar taak als uitbater van de Molen doorgegeven aan haar vierde zoon Theo en zijn vrouw Viviane. Achter de toog staan is heel haar leven geweest en na 40 jaar kan Julia van die toog nog altijd moeilijk scheiden. Ze blijft immers verknocht aan de mensen die samen met haar wel en wee in de Molen hebben gedeeld.

Hoewel ze heeft besloten zichzelf een rustige oude dag te verzekeren door binnenkort te verhuizen, zou ze het nooit over haar hart krijgen als ze het contact met haar klanten en de verenigingen zou moeten missen. Ze blijft dus wel in de buurt en zal van iets verder dan vroeger toekijken hoe elke vierkante centimeter van de Molen wordt gebruikt door al de mensen en verenigingen die er hun lokaal hebben. Op een moment dat de grote politiek zich druk maakt over trefcentra, culturele ontmoetingshuizen en de animatie in het zogeheten bindweefsel van de ingezetenen om en rond elke kerktoren te lande, zegt Julia al schertsend “Ik tap geen pint meer in de Bierbeekse Molen, laat de jongeren nu maar eens werken!” Zij trekt zich terug zonder haar ontslagbrief in te dienen bij het ministerie van Kultuur, zonder prepensioen aan te vragen en zonder aanspraak te maken op mogelijke wederdiensten van de maatschappij voor haar veertig jaar sociale inzet.

Met veel gelach en plezier, en soms met een weggepinkte traan, vierde Julia samen met haar familie en de circa 900 gasten een prachtig nazomers festijn.

Julia, gastvrij zoals ze altijd is, bezorgde de feestneuzen gratis eten en drinken, met zowat 20 vaten gersten- en ander nat, 500 pensen, 200 ‘boekseringen’, tientallen broodjes en al wat voor verteer bij cafégezelligheid en volksspelen nodig is.

“Dat feest heeft me veel deugd gedaan maar ergens heeft het me ook getroffen. Ik heb moeten toegeven aan de noodzaak om als cafébazin te verdwijnen van achter de tapkast. Dat heb ik zelf gevraagd en gewild! Maar het doet me toch iets… Ook al hebben mijn kinderen beloofd, en zorgen zij er dag na dag met zijn allen voor, dat de Molen behouden blijft als een gezellige café voor de mensen van bij ons”, mijmert Julia.

Romain en zijn vrouw Julia,  zijn broer Alfons en diens vrouw Clara
Romain en zijn vrouw Julia, zijn broer Alfons en diens vrouw Clara die bijna elke zondag de trip van Heverlee naar het ouderlijk huis in Bierbeek deden om te helpen in het café en het huishouden.

Toen ze vijftien was stond Julia al achter de toog, zij het in het Waalse Bevekom, net over de taalgrens. Dat was in 1935 toen ze met haar ouders op Mollendaal woonde. In 1940, even na het uitbreken van de oorlog, trouwde ze met Romain Vanautgaerden en samen met de “maalder” nam ze haar intrek in de Molen, het oudershuis van Romain.

“De Molen is altijd een dorpscafé geweest, maar in het begin moesten en mochten we toch vooral leven van de inkomsten van het maalwerk en van de verkoop van graan, bloem en duiveneten. In die tijd liep ik van de molen naar de keuken, van de keuken naar de kinderwieg en van de luiers naar de caféklanten. Het was een gezellige, boeiende tijd maar ook een erg harde. Onze kinderen kon ik grootbrengen tussen de tapkraan, de was, de afwas en het molenwerk. Mijn schoonmoeder hielp me daarbij kranig en voorbeeldig tot zij ons in 1957 ontviel. Toen heb ik hard op mijn tanden moeten bijten om de Molen nog voort open te houden. Maar doorbijten is altijd onze tweede natuur geweest, hé!”

Julia verzekert ons dat haar deuren altijd voor iedereen open stonden en zullen staan. Hoewel Romain zonder reden werd opgepakt op het einde van de oorlog en na een dag werd vrijgelaten nadat Julia in de Patria te Leuven zijn vrijspraak ging bepleiten, heeft noch Julia noch haar familie zich laten verleiden tot haatdragende gevoelens, ook niet nadat zuiver uit naijver, kleingeestigheid en jaloezie, de voorgevel met hakenkruisen werd beklad. Julia gaat er prat op dat zij Vlaamsgezind is maar zij is er even fier op dat zij met iedereen goed over weg kan en dat zij iedereen wil laten leven. Fanatici van gelijk welke aard vallen niet zo in haar smaak.

In de Bierbeekse Molen, die volgens de Keizer Karel legende over het ontstaan van Bierbeek zowat 500 jaar oud is maar in werkelijkheid in de 18de eeuw werd gebouwd door Désiré, hebben duizenden sociale, culturele en andere volkse bijeenkomsten plaatsgevonden. Ook vandaag nog vinden een twaalftal Bierbeekse verenigingen een gezellig tehuis in de gelagzaal, de vergaderzaal, de kleine keuken tot en met de zithoek van Julia: jongens en meisjes van de Jeugdfanfare en de fanfare St.-Hilarius, de vogelliefhebbers van de ‘Distelvink’, de wipmaatschappij ‘La liberte’, de heemkundige kring, het Sportcomité, de spaarclub, de veteranen van Hoger-Op Bierbeek, sportgroep Blits `78 en ook de Volksunie-groeperingen. Geen van hen werd ooit doorgestuurd op momenten dat er omzeggens geen stoel meer vrij was voor nog maar een bestuursvergadering of een repetitie. “Och, hoeveel keer er hier in onze keuken en zitplaats werd vergaderd, kan ik niet tellen. Mijn man zaliger en ik zijn altijd zo geweest; graag mensen hartelijk ontvangen en bedienen. Of het nu in het café was of in de molen, het deed ons altijd een groot genoegen dat de mensen uit de buurt onze diensten met een lach of een kwinkslag waardeerden” vertelt Julia met volle overtuiging.

pentekening van Julia in café In de Molen
Pentekening van Julia getekend door Raf Suttels ter gelegenheid van haar op pensioenstelling in 1980. Zij is nog altijd op een prominente plaats aanwezig ‘in de molen’.

“Maar het zal toch ook niet elke dag gezellige cafépret geweest zijn ? Nooit eens last gehad ?” vragen wij ons af. ” Tussendoor heb ik wel eens een lastige klant aan de deur gezet, maar wie zijn café in de hand houdt, krijgt mettertijd toch een vaste kring van toffe klanten over de vloer. Een bazin moet echter weten wat ze wil en wat ze doet. Zo vind ik het kaartspel wel boeiend om te bekijken, maar ik heb me er slechts één keer toe laten verleiden om mee te spelen en dat was meteen de laatste keer. Dat was met mijnheer Stevens, de oude direkteur van de melkerij, met mijn schoonvader Ré de Maalder en met dokter Beelen. Plots hebben ze me met vloeken en tieren zodanig geaffronteerd omdat ik iets verkeerd had gedaan, dat ik de kaarten op tafel neergooide en riep dat ze maar zonder mij moesten spelen en dat ik nooit meer een kaart zou aanraken. Nu wordt er dus al jarenlang zonder mij ‘gedessen’.

Julia heeft in de tijd tussen de tapkast en de molenstenen 7 kinderen grootgebracht: Désiré, Julien, Marie-Louise, Clairette, Herman, Theo en Guy. Er werd haar daarbij geen miserie gespaard. Voor haar gehandicapte dochter Clairette heeft ze al ettelijke dokterskabinetten platgelopen. Ze heeft nochtans in haar gezin de bekroning van haar sociale inzet gekregen. Na het overlijden van haar man hebben de kinderen haar in een familiaal bestendige beurtrol geholpen om de cafédeuren van de Molen voor de klanten open te houden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is tokki1-1024x751.jpg
vlnr: Désiré, Julien, Herman, Theo, Guy, Marie-Louise & Clairette.

Wij vinden het, samen met zovelen, erg jammer dat we moeder Julia niet langer achter de toog zullen aantreffen, maar we hopen haar nog dikwijls op de vertrouwde plaats weer te zien. Ook wensen we haar nog vele jaren van gezondheid en verdiende rust en hopen dat de familie Vanautgaerden nog lange jaren haar rol van gastvrije café-uitbaters mag blijven vervullen.

Julia, proficiat en bedankt voor die 40 jaar inzet voor de Bierbekenaren en voor zovele anderen!

In 1985 streek er gedurende 5 dagen een filmploeg neer in het café voor een opname van ‘Maigret

Julia in 1985 nog achter de tapkast!