Désiré Bierbeek

Désiré en de molens te Bierbeek

Geboorteakte Petrus Desiderius 1873, 31 maart

Désiré is voor 1900 molenaarsknecht op de molen in Willebringen.De windmolen daar werd in 1780 opgericht door Jean Baptiste Jochmans, schepen en inwoner van Willebringen. De originele molen was een houten staakmolen die  bij een storm in 1879 omwaait. De stenen molen van Willebringen die nadien wordt gebouwd staat er nog en dateert van 1881.
De molenaarswoning bestaat ook nog (Molenhoek 2-6). Boven de deur staat het jaartal 1782 op de reliëfsteen.

de stenen windmolen van Willebringen zonder wieken.
Molenaarswoning Jochmans te Willebringen.

Hij leert daar zijn toekomstige bruid Amelia Jochmans kennen en trouwt er op 8 januari 1898.

Trouwfoto van Désiré en Amelia Jochmans
Amelia Jochmans

Louis (1998) en Theophile  (1900) worden geboren in Willebringen.

In 1902 wordt Désiré molenaarsknecht in de Brouwerij De Dyle in Leuven.

Brouwerij Artois hoofdingang en watertoren.

In 1904 wordt hij zelfstandig molenaar te Bierbeek op de windmolen op het gehucht Meren.

de windmolen op het gehucht Meren

De windmolen van Meren en de molenaarswoning langsheen de Oude Geldenaaksebaan waar de zes jongste kinderen geboren worden.

 

In 1910 sluit hij daar  een huurcontract voor 9 jaar ingaande op 1 november 1910 en eindigend op 31 oktober 1919 met als beding dat de verlenging van de huur niet meer zal kunnen plaats hebben; we lezen in de huurakte door Désiré zelf geschreven: Een eigendom bestaande uit graanwindmolen, huis en land te Meren onder Bierbeek, groot eenen hectaar 16 aren, palende aan de erven Magits en de straat op Geldenaken mits den jaarlijksen huurprijs van drij honderd tachtig franken

Eigenhandig geschreven huurcontract door Désiré van de windmolen in Bierbeek
Zie de schrijfwijze van Van Autgaerden (boven)
en zijn handtekening onder in één woord.
De huurmolen Wuyts op Meren en links het woonhuis.

De 6 andere kinderen worden er geboren: Clara (1902), Edouard (1904), Georges (1906) Alfons (1909), Romanus (+1912) en Romain (1915).

trouwboekje van Petrus Désidérius Vanautgaerden met Maria Amelia Jochmans.
uittreksel van het trouwboekje met de geboortedatums.
1914 sfeerfoto van de windmolen op Meren in Bierbeek met de 10-jarige Edouard.

Ïn 1919, na het einde van de handelshuur, wordt de molen verkocht en verhuist hij naar Houthem bij Ieper. In de tweede oorlog wordt hij door de Engelsen in brand geschoten omdat hij door de Duitse bezetter werd gebruikt als observatiepost.

Molen opnieuw opgericht in Houthem.
Achterkant van het kaartje van de nieuwe eigenaar.

Omdat de huur van de windmolen vervalt in 1919 en hij dringend in een nieuw onderkomen voor zijn gezin met 7 minderjarige kinderen moet voorzien, koopt Désiré Vanautgaerden 23 augustus 1918, de achttiende-eeuwse  woning-boerderij op het Dorpsplein te Bierbeek met een gevestigde café met feestzaal en een oppervlakte 8a 70 ca palende aan Philipine Huybrechts, de beek, en den steenweg van Bierbeek op Opvelp, voor de som van 10.500 frank.
In de boerderijgebouwen richt hij onmiddellijk een maalderij in.

aankoopakte 23 augustus 1918.
Het oorspronkelijk molengedeelte.

De maalderij bestaat oorspronkelijk uit twee molenstenen, een havermolen en een builmachine. De havermolen wordt gebruikt om de haver te pletten als voer voor de paarden.

In de jaren ’20 wordt de telefoon aangesloten aan de muur. De molen had de eerste telefoon die publiek kon gebruikt worden in het café. Alleen de dokter, de veearts en de pastoor hadden er ook één.

1938 pasfoto.

De voorplaats van de woning werd één keer per jaar ingericht tot fotostudio om pasfoto’s of portretfoto’s te maken na de Hoogmis.

Molensteen

Een molensteen is een grote ronde platte steen die in een molen gebruikt wordt voor het malen van diverse granen. De legger (ligt stil) terwijl de loper horizontaal boven de ligger draait en zo maalt en zijn nieuw 40 centimeter dik. Het graan wordt door middel van schuren vermalen. Beide stenen zijn voorzien van uitgekapte groeven die het zogenaamde scherpsel vormen die nodig is om te kunnen malen.

detail van molensteen en bilhamer.

Het scherpsel van de steen kan diverse vormen hebben zoals een waaiervorm of een stralenvorm. Die bewerking van de steen bestaat uit het aanbrengen van groeven die steeds scherp gehouden moeten worden. Dat scherpen heet billen. Billen is afkomstig van het Franse woord rhabillage wat opknappen of renoveren betekent.

Voor onderhoud kan de molensteen (de loper) opgetild worden met de steenkraan.
Dit is een hefconstructie en onderdeel van de molen.

voorbeeld van de steenkraan.

De loper is voorzien van twee ronde gaten, waarin via een steenspil twee gebogen ijzeren armen worden bevestigd die boven ingehaakt worden in een vijzel die het mogelijk maakt de loper op te tillen, te draaien en opzij te schuiven zodat zowel de loper als de legger kan gescherpt worden.
Rond een maalsteen zitten ook twee ijzeren banden die voorkomen dat de steen in stukken uit elkaar kan vliegen.

In het huurcontract van de windmolen op Meren (Bierbeek) van 1 november 1910 in punt 6 wordt uitdrukkelijk verwezen naar de Molenstenen van La Ferté-sous-Jouarre. Dit is een gemeente in het Franse departement Seine-et-Marne (regio Île-de-France) op 61 km van Parijs.

Van de 15e eeuw tot 1958 werd hier een zandsteensoort met kiezelzuur gedolven die gebruikt werd voor molenstenen van eerste kwaliteit. De molenstenen van Bierbeek hadden een doormeter van 160 cm en wogen elk ongeveer 900 kg met een viertak-rijn of molenijzer.

voorbeeld van vierkantsrijn.
door Rasbak – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=2585087

Het molenijzer een ijzer in ruitvorm in het midden van de loper en rust op de spil van de legger. Hiermee wordt via het molenijzer en de licht, een andere vijzel, die zich in de buurt van de meelzak bevindt, de loper hoger of lager gezet naarmate het graan grof of fijn moet gemalen worden. Het graan dat gemalen wordt vindt zijn weg tussen de twee stenen via de Kaar en de schuddebak.

Schuddebak en opvangtrechter voor het meel (foto molen Lovenjoel).
Theophile bij de schuddebak en het kropgat (molen Limal).

Op de binnenkoer, binnen het hoofdgebouw, kan de paardenstal twee paarden huisvesten.
Eerst is dat een kleiner vospaard met driewielkar en later een koetskar en schimmelpaard om leveringen te doen bij de boeren.
In het bebouw, los van het hoofdgebouw, kan in de varkensstal 12 varkens vetgemest worden. Een zeugen- en biggenstal zorgen voor de opvolging. Het aanpalend kippenhok met een 20-tal kippen, het konijnenhok en de grote moestuin zorgen mee voor het nodige voedsel.

Romain (links) op de schimmel met zijn vriend Vital Vanderwegen (1939)

De Builmolen.

De traditionele molenaar kan alleen maar tarwebloem, uit roggemeel maken. Hij maalt eerst tarwemeel van de tarwekorrels. De Tarwe bestaat uit grofweg drie onderdelen: de zemel, de kiem en het meellichaam.

tarwekorrel

De molenaar built het meel vroeger met een baal (zak), die intensief wordt geschud en geklopt om de bloem te scheiden van het grover materiaal van zemelen (buitenste pel van de tarwe) en kortmeel (tweede pel of vlies).  Deze zeer intensieve arbeid maakt dat gebuild meel duurder is dan volkorenmeel. Alleen de rijken kunnen zich veroorloven het meel te laten builen. Vandaar dat initieel alleen de rijken wit brood aten, de rest van het volk moest tevreden zijn met gemalen meel, dat feitelijk volkorenmeel is.

Later zal de molenaar een builmachine gebruiken. Dit is een lange tamboer met zeven van verschillende grootte. Het meel draait rond een horizontale as en valt en wordt geborsteld door de zeven. De verschillende diameters van de zeven zorgen ervoor dat er verschillende meelkwaliteiten worden gesorteerd tot de fijnste bloem, uit de kiem van de tarwe, ( de pattent-bloem) of patisseriebloem (Gruau) en nog drie ander soorten (van extra naar triple en zero)
voor wit brood.

Een voorbeeld van een builmachine.

Door de mechanisatie wordt het builen eenvoudiger en wordt gebuild meel goedkoper. Dan doet zich een bijzonder verschijnsel voor.  Gebuild meel wordt zelfs betaalbaar voor de armen die massaal wit brood gaan eten.

In het begin van de twintigste eeuw komt men erachter dat de zemelen in volkorenmeel waardevol zijn. Ze bevatten mineralen en vitaminen die in veel mindere mate in bloem zitten. Daarnaast blijken de zemelen een belangrijke rol te spelen in het spijsverteringskanaal en stapelen zich de onderzoeksresultaten op die de conclusie trekken dat vezelrijk voedsel onder andere de kans op darmkanker vermindert.

Bij de rijken dringen tegelijkertijd de gezondheidsaspecten van volkorenmeel door en zij schakelen massaal over van wit brood naar volkorenbrood.

Bloem bestaat uit twee delen: eiwitten en zetmeel. Het verschil tussen tarwebloem en patentbloem (patisseriebloem) zit hem in de kwaliteit van het eiwit.
De bloem die vlak onder de zemel zit heeft minder goede eiwitten dan de bloem die in het midden van de tarwekorrel zit. Bloem wordt gemaakt van het middelste deel van de graankorrel, de meelkern. Volkorenmeel wordt gemaakt van de hele korrel, dus ook de kern. Wanneer je de term “bloem” leest wordt vrijwel altijd tarwebloem bedoeld.
Maar bloem kan je ook maken van andere graansoorten. Zo heb je bijvoorbeeld ook speltbloem, roggebloem en rijstebloem.

Attributen uit de molen.

In 1930 wordt de’ stoommachine vervangen door een elektrische motor van 32 Pk. Daarvoor wordt er speciaal een dikke elektriciteitskabel getrokken vanuit de elektriciteitscabine aan het gemeentehuis (100 m) naar de molen. Het gaat om een driefasige stroomkabel van 380 Volt.

De motor wordt op dreef gebracht door het gebruik van een transformator die de snelheid kan verhogen of verlagen. Om de molenstenen op gang te brengen moet men altijd met twee personen zijn. Eén iemand om de transformator te bedienen in de elektriciteitskas om de snelheid langzaam op te drijven en één iemand om de 15 cm brede lederen riem met een stok op de rotor-as te houden totdat de molen voldoende snelheid heeft. Dan pas kan het malen beginnen door de ligger te laten dalen om het graan fijn te malen.

Door een vernuftig systeem van houten tandwielen onder de molenstoel, en de nodige houten raderwielen en riemen kunnen de twee molenstenen, de graanelevator, de builmachine en de zakkenheffers tegelijkertijd of afzonderlijk bediend worden.

Met de komst van de elektriciteit wordt ook op de zolder boven de molen een kleinere motor geplaatst die vanaf dan de twee zakkenheffers, de haverpletmolen en de bijhorende graanelevator zal kunnen bedienen.

Factuurboek.
leveringsnota van levering van haver aan brouwerij Artois in 1939.

In september 1941 wordt de zaak overgenomen door zijn jongste zoon Romain die de maalderij en het café verder zal uitbaten samen met zijn vrouw Julia Billiau. https://vanautgaerden.mijnstamboomonline.nl/cafes/in-de-molen/ )

naamkaartje 1944.
aandenken bij het overlijden.

Op 16 maart 1945 overlijdt Petrus-Désidérius Vanautgaerden op 72-jarige leeftijd.