Stellamuseum

Nu zijn boek afgewerkt is en hij sinds november 2023 officieel met pensioen is, kan Guy zich naast zijn flexijob van 2.5 dagen per week in de legendarische café ‘In den Rozenkrans’ in de abdij van Vlierbeek opnieuw toeleggen op de inrichting van zijn Stellamuseum aan de woning van zijn zoon Gert in Haasrode.

“Daarmee was ik al voor de corona pandemie gestart. Ik heb zelf in de bijgebouwen de stallen en duiventil afgebroken, de vloer gegoten en het dak geïsoleerd. Mijn schoonzoon moet nu de elektriciteit bijleggen zodat ik mijn bakken  kan ophangen en indirect neon­ licht voorzien.  Boven schittert ook een lichtreclame van  café  en feestzaal het  Kursaal in het centrum van Blanden. Oorspronkelijk wilde ik enkel de 36 m2  grote bovenverdieping van  dit gebouwtje als museum inrichten, maar  met  de zegen van mijn zoon zou ik graag eveneens het even  grote gelijkvloers inpalmen. Tegen de wanden wil ik vlaggen en lichtreclames aanbrengen en ik wil tevens  de werkkle­dij van weleer – fluwelen vesten, broeken en petten met het logo – tonen op een paspop en aan kapstokken tegen de bal­ken”, klinkt Guy enthousiast.

Hij verzamelt enkel attributen van Artois, meestal van Stella en zustermerken als Loburg; collectiestukken van bv. Hoegaarden benut hij louter  om mee  te ruilen. Zijn verzameling oogt alvast indrukwekkend: hij bezit de eerste houten vaten,  oude houten bierbakken, alle Stellaflesjes tot vandaag, massa’s bierglazen en bierviltjes van o.a. de jaren  1970 die hij in plastic bladen wil rangschikken, klokken,  kaartspelen, asbakken, portemonnees,
bierafschuimers, geschenkdozen, eremedailles voor het personeel  of om de productie van een aantal miljoen hl te vieren, bierpotten van de Bierfeesten, gedenkschotels n.a.v. de doortocht van de Ronde van Frankrijk  in 1973 , in 1976, tinnen schotels  met  het opschrift ‘4 miljoen hl’ en van het Bier­festival in  1978,  …
“Ik hecht ook veel waarde  aan een tinnen schotel  die mijn moeder in 1976 ontving voor haar vijftig­ jarige trouw aan Stella; mijn grootouders hielden immers reeds De Molen open toen Stella Artois in 1926 op de markt kwam en zij bij de eerste café’s waren die het gouden pilsbier tapten,nadat in 1925 de proefbrouwsels werden ontwikkeld en het  merk  werd gedepo­neerd bij de Kamer van Koophandel. Van ‘Vérigoud’,  het  limonademerk van Artois, heb ik nog een pennenhouder, een asbak en glazen”, vertelt  Guy honderduit en helemaal  op dreef.

een voorproefje van enkele bierpotten en reclameborden.

Ook brouwboeken van brouwerij  Den Hoorn en een oude houten jukebox beho­ren tot zijn verzameling. Van de voormalige burgemeester van  Rotselaar  Dirk Claes, zelf een horecaondernemer (van brasserie Boeres in Wezemaal), kreeg hij een oude frigo van vóór de uitvinding van de elektriciteit, zijnde een eenvoudige bak waarin  ijsblokken gestapeld werden  om flessen te koelen. En diens Leuvense evenknie Louis Tobback, die veel documentatie over Leuvense bedrijven bijhield, schonk Guy zijn archief over Artois, Inter­brew en InBev.

“Toen ik er 3,5 jaar geleden  amper een week weg was, tipte  de  conciërge me dat de brouwerij in haar hoofd­kwartier aan de Vaart een lokaal zou leeg­ maken  en al het daar bewaarde archief op de container wilde gooien. Ik ben  er zo snel  mogelijk  twee  volle Volvo’s gaan  opladen, waaronder vele (vanaf 1892 wekelijkse en sinds de jaren 1990 trimestriële) uitgaven  van
‘Le Petit Joumal  du Brasseur’ van de brouwerij. Dit tijdschrift, waarvan ik de eerste versies bezit, vormde de grootste informatiebron voor mijn boek en leerde me veel over lang vergeten bieren zoals Bavière, Munich en Bock”, erkent  hij.

Twee derde van zijn collectie kreeg hij van zijn  oud-collega  Staf Franck,  die  zijn
Artois-schatten in  een  oud  tuinhuis bewaarde.  “Alles wat hier binnenkomt, wordt eerst gefotografeerd, genummerd, gedigitaliseerd en gesorteerd. Wie me nog aan Artois-attributen wil helpen, mag me overigens bellen op het nummer 0475 92 22 73”, lacht Guy.
Zijn museum,  dat toe­gankelijk zal zijn op aanvraag, dreigt dan ook vermoedelijk snel
te klein te gaan zijn.

De brouwerij koesterde in het verleden trouwens al vergevorderde plannen om met  de stad  een Artoismuseum in te richten  in het voormalige  pand van Agri Reizen op de Oude Markt, waar zelfs het toeristische treintje zou stoppen. “De sta­biliteit van het gebouw was echter ontoe­reikend. Moest er voldoende ruimte voor zulk museum vrijkomen  in Leuven, wil ik mijn ganse verzameling met veel plezier daaraan schenken”, belooft hij.
JL Handelen nr 5 2024

Bierpot op een originele barkruk uit café in de molen.